Een gesprek met Tim Burton over Miss Peregrine's Home for Peculiar Children

 cover

Miss Peregrine banner

TIM BURTON OVER MISS PEREGRINE’S HOME FOR PECULIAR CHILDREN

Bevlogen filmmaker Tim Burton wist dat hij z'n volgende project had gevonden toen hij Ransom Riggs' bestseller Miss Peregrine’s Home For Peculiar Children gelezen had.

Burton is geboren in Burbank, Californië en begon zijn carrière als een illustrator. Zijn eerste volledige speelfilm was Pee-wee’s Big Adventure  in 1985. Zijn andere films zijn onder meer Beetlejuice, Batman, Edward Scissorhands, Batman Returns, Mars Attacks!, Sleepy Hollow, Planet of the Apes, Big Fish, Charlie and the Chocolate Factory, Dark Shadows and Big Eyes. Hij is twee keer genomineerd voor een Oscar: Beste Animatiefilm voor Corpse Bride in 2006 en Beste Animatiefilm voor Frankenweenie in 2012.

Tim Burton

Nu verschijnt Miss Peregrine’s Home For Peculiar Children op DVD en Blu-ray en DVD.nl had de mogelijkheid voor een gesprek met Tim Burton.

Toen u voor het eerst het boek van Ransom Riggs las, wat vond u van de foto’s in het boek?

BURTON: Nou, dat is wat me het meest aansprak. Wat ik het meest interessant vond was dat het verhaal was gebaseerd op deze oude foto’s. Ik heb niet zo’n grote collectie als hij heeft, maar ik verzamel óók foto’s en ik hou van de mystiek rond zulke foto’s, de poëzie, de engheid en dat er een verhaal achter steekt waarvan je niet weet wat het is. Je fantasie raakt op drift om zo je eigen verhaal er achter te bedenken en ik dacht dat dit een goede manier was om het boek te benaderen.

Maakte het visuele aspect van het boek het lastiger om het te bewerken voor een film?

BURTON: Het lastige met foto’s is dat je een soort van voelt dat er iets speelt, maar je weet niet alles. De mystiek bewaren, zonder alles te verklappen, dat is belangrijk. Dat aspect moet je zien te bewaren en dat men zich niet gaat afvragen “Waarom leven er bijen in die jongen?”. Je moet proberen de juiste dosis magie te behouden, zodat je er zelf nog wat bij kan bedenken en voelen.

Het blad Rolling Stone beschreef  dit als uw ‘ode aan het anders zijn’, maar is deze term niet van toepassing op al uw films? Voelt u zich aangetrokken tot rare karakters, buitenbeentjes? 

BURTON: Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot dat soort materiaal, omdat dit nu eenmaal is zoals je je voelt. Zelfs als je zelf verandert en je kunt jezelf beter verwoorden, of je krijgt vrienden of succes, of je wordt populair. Dit soort gevoelens blijven voor altijd bij je. Ik denk dat dit is waarom ik me zo aangetrokken voel tot dit soort materiaal. Ook vind ik het interessant dat je niet alles weet over het verhaal, dat er nog iets te ontdekken valt voor jezelf.

Waarom besloot u de film in Blackpool op te nemen, een kustplaats in het noorden van Engeland? Klopt het dat u daar eerder gefilmd hebt?

BURTON: Ik hoop dat ik ooit de burgemeester van Blackpool wordt (lacht). Die plaatst zegt een hoop over mijzelf. Ik heb er eens een Killers-videoclip opgenomen. Het heeft gewoon iets. Ik ben opgegroeid aan de Amerikaanse westkust in Californië en de pier van Santa Monica had ook zoiets. Daar zijn een paar films opgenomen, zoals Night Tide met Dennis Hopper, die een zeeman speelt die een zeemeermin vindt. Ik kwam er als tiener wel, als zo’n eenzame Quadrophenia-jongen op een vervallen pier. Dat sprak me toch wel aan en daarom vind ik Blackpool ook zo leuk, denk ik. Het is vervallen, maar het heeft iets emotioneels en tragisch en poëtisch, maar ook iets grappigs en sprekends. Ik denk dat ik me altijd aangetrokken heb gevoeld tot dit soort plekken.

Wanneer kwam u voor het eerst in aanraking met het boek?

BURTON: Dat was een paar jaar geleden. Ik weet niet meer of ik het boek tijdens de release al kende, maar iemand heeft het me toegestuurd. Ik wist er niet zo veel van, maar het was wel goed, omdat je iets nieuws krijgt voorgeschoteld waar je nog geen enkel oordeel over hebt. Het was een ontdekking voor me, ook al was het al een tijdje uit. Ik las geen andere recensies zoals van The New York Times, maar creëerde mijn eigen oordeel en het voelde heel goed. Ik werd dus niet van buitenaf beïnvloed. Het was geheel mijn eigen oordeel.

Hoe kwam de adaptatie tot stand?

BURTON: Ik denk dat scenarioschrijver Jane Goldman, die bijzondere mensen goed begrijpt, het al geschreven had. Dat zat al lang in de planning. Ik kwam bij het project, omdat ik het zo’n interessant materiaal vond.

Sommigen zeggen dat de premisse lijkt op die van de X-Men films. Hoe past Miss Peregrine in het overzicht van superhelden-films?

BURTON: Het superhelden-genre is natuurlijk heel actueel, maar ik zie de vergelijking met mijn film niet zo. Ik heb het altijd als een meer menselijke film gezien en niet zozeer als iemand met superkrachten, maar meer met een aandoening. Elk kind had z’n eigen eigenaardigheid, dat was wat ik interessant vond. Het was niet van “we gaan de wereld redden!”. Het was meer “we zijn wie we zijn en dit is wat we kunnen en misschien kunnen we iemand helpen met een probleem”. Het was meer het normale mensenleven waar ik me toe aangetrokken voelde.

Miss Peregrine

Dus is er een vervaging tussen het wel hebben en het niet hebben van deze ‘aandoening’?

BURTON: Ja, het is gewoon een onderdeel van hen. Het is net als een kind dat teveel boeren of winden laat, of zoiets. Of moeite heeft met lopen. In de film zijn het net wat meer extremere voorbeelden van dit soort dingen.

Had u uw favoriete aandoeningen? Of enige waar u naar uitkeek om te verfilmen?

BURTON: Nou, iedereen had z’n eigen specifieke aandoening. Nogmaals, ik denk dat het interessant is dat we niet de gebruikelijke “laten we de wereld redden” thematiek gebruikten. Het is meer persoonlijk gemaakt en dat is waarom ik juist geraakt werd door de personages. ‘Dit is wie ik ben’. Ik kan goed en het kan slecht uitpakken – het past gewoon beter bij mijn aard.

Hoe denkt u over de richting die de superhelden-films tegenwoordig op gaan?

BURTON: Ik vind het wel grappig, want de Batman-film die ik deed was een commercieel succes, maar de kritieken waren niet altijd even goed. Maar mensen praten na al die jaren nog steeds over de grappige kostuums en andere zaken in die film. Het is interessant om te zien dat het nooit verwaterd is. Het wordt eigenlijk steeds sterker, wat ik heel bijzonder vind.

Hoe duister is Miss Peregrine?

BURTON: Nou, ik ben de minst geschikte persoon om dat te vragen, omdat alles wat ik sinds het begin van mijn carrière gemaakt heb te duister is (lacht). Batman was in die tijd te duister en nu lijkt het op een lichtvoorstelling. Nightmare Before Christmas was ook duister, maar drie jaar oude kinderen zingen nu de liedjes en zelfs hun honden vinden het leuk. Ik heb nooit iets als duister beschouwd. Ik bedoel, er zitten wat enge elementen in, maar je moet dit echt aan iemand anders vragen.

Waarom is het belangrijk dat kinderen dit soort verhalen te zien krijgen?

BURTON: Als je terug gaat naar de tijd voordat er film bestond, de tijd van de sprookjes, dan las je verschrikkelijke verhalen! Ze zijn grotesk, waarbij moeders hun eigen  kinderen opeten enzo. Ik geloof er heilig in en ik zag het aan mijn eigen kinderen, dat wanneer je net geboren bent alles abstract is. Maar in die verhalen verbeelden ze iets dat je zelfs als volwassene niet kan begrijpen. Ik denk dat dit een bijzondere kracht is aan dit soort verhalen. Zo groeide ik ook op met fantasyfilms en films over monsters. Ze zijn niet realistisch, maar ze zijn wel echt voor mij en ze helpen me om dingen te begrijpen waar je normaal met je verstand niet bij kunt. Die abstractie is eigenlijk heel belangrijk voor mij. De dingen die te eng waren mengde ik met humor en wat emotie, zodat het niet te gek was. Je probeert er het beste van te maken, zodat alle zaken samensmelten tot een geheel.

Je vond het huis in de film, het huis van de eigenaardige kinderen, vlakbij Antwerpen. Hoe lang heeft u gezocht voordat u de juiste locatie vond?

BURTON: Ik heb door de jaren heen heel veel films hier in Engeland opgenomen, dus ik heb ook heel veel huizen door het land heen bezocht. Daarna hebben we onze ogen wat meer op daarbuiten gericht. Het mooie aan dit huis was dat het voelde als een gewoon huis en niet als een instelling of ziekenhuis of krankzinnigengesticht. Het was belangrijk dat het een gewoon huis lijkt en ik weet het niet precies, maar dit huis had dat. Het is net als wanneer je een acteur ontmoet. Iemand die je gewoon aanspreekt. Ik liep door de struiken en zag het huis en het voelde als een huis voor eigenaardige kinderen. Het was mooi dat we een echt huis hadden, in plaats van het zelf te moeten bouwen. Speciaal ook voor de kinderen probeerden we alles zo realistisch mogelijk te houden door niet teveel special effects of green screens te gebruiken op de set. Zo kregen ze een meer authentiek gevoel van het huis en werd het echt hun thuis. Dus ik was blij dat we dit huis gevonden hebben.

Maar waarom moest u dan naar België voor dat huis?

BURTON: Het huis had een bijzondere architectuur. Ik vond alle bijzondere onderdelen mooi, maar het bleef toch een geheel. Het verbaasde me ook wel, want ik was eigenlijk nog nooit in België geweest.

In het verhaal beleven de kinderen elke dag opnieuw. Heeft u enige ervaring in het filmen die zo bijzonder waren dat u ze graag weer zou herbeleven?

BURTON: (Lacht) Nou, elke dag voelt bijna als een herbeleving, dat zeker. Het is een eigenaardig concept en ik bemoeide me liever niet met het technische gedeelte wat dat betreft. Als je opgroeit in Burbank dan maak je dit gevoel heel vaak mee. Alsof je in een vreemde luchtbel zit, in een tijdreis. Het is iets dat niet eens zo onprettig voelde.

Eva Green Miss Peregrine

Wat deed u besluiten om voor een tweede keer met Eva Green te werken, die Miss Peregrine speelt.

BURTON: Ik heb altijd een vreemd gevoel met Eva en dat is waarom ik vond dat ze precies geschikt was voor deze rol. Ze heeft een beetje een uitstraling van een oude filmster. Ik ken haar, maar ergens ook weer niet en dat vind ik boeiend aan haar. In de huidige wereld, waar iedereen bijna iedereen kent en alles van elkaar weet is het verfrissend om eens een keer iemand te ontmoeten met wie het werkelijk klikt, maar van wie je toch niet alles weet. Dat vond ik heel bijzonder aan haar en ze heeft ook nog eens leuke ideeën en ze zou zo maar in een vogel kunnen veranderen (lacht). Ze heeft kwaliteiten, ik heb een echte klik met haar en ze voelde gewoon goed voor deze rol.

Hoe ziet u deze film in de context van uw carrière?

BURTON: Het probleem is – en dat voelt eigenlijk best ongemakkelijk – dat ik nog niet klaar ben (lacht). Het is net als dat je een school moet kiezen voor je kinderen voordat ze geboren zijn. Dat voelt ongemakkelijk. Ik heb nog een paar maanden voordat de film af moet zijn, maar het enige dat ik kan zeggen is dat ik niet op zoek ga naar de kinderen, maar de kinderen vinden mij. Ik bedoel, dit zijn het soort karakters waarmee ik me kan identificeren.

Hoe was u dan als kind?

BURTON: Ik zie mezelf een beetje als Benjamin Button. Toen ik jong was voelde het alsof ik 80 jaar oud was en nu denk ik dat ik pas 13 ben. Dat is waarom ik kinderen meer waardeer. Ouders zeggen ‘Oh, dat is zo eng!’. Kinderen kennen echter hun eigen grenzen en dat doen ze goed. Dat doe je zelf ook. Dat deed ik toen al en dat doe ik nu nog. Toen was ik alleen kleiner.

Was de historische achtergrond binnen een fantasyverhaal een interessant onderdeel waarom u deze film bent gaan doen? De herhaling van tijd is een interessant element.

BURTON: Het is gewoon een gek onderdeel van het boek. Er zaten heel veel gekke elementen in. Het had onderdelen van een volksvertelling, een fabel, een mengeling van vroeger en nu en natuurlijk het gevoel van eigenaardigheid. Iets dat een beetje ongrijpbaar was. Ik vind die mengeling van al dit juist interessant, omdat het zo onverwacht is. Het volgt geen standaard patroon en dat was een van de dingen die ik aantrekkelijk vond.

Miss Peregrine Ranson Riggs

Is Ransom Riggs een fan van uw vroegere werk?

BURTON: Ik heb een beetje met hem gesproken en ik heb het ‘m niet gevraagd. Maar ik denk van wel. U moet het aan hem vragen. Het is een fijne man. Ik ben verbaasd over hoe jong hij nog is. Hij zou m’n kleinzoon kunnen zijn. Hij heeft een goede instelling. Voor mij is het moeilijk om te omschrijven en bewerken van wat je nu zo goed vindt aan een boek. Hoe breng je dat over naar een ander medium als bijvoorbeeld film? Als je een boek verfilmt hoop je altijd dat de schrijver het mooi vindt. Dat is angstiger dan het tonen van de film aan een gewoon publiek. Sweeney Todd aan Stephen Sondheim vertonen was doodeng. Het voelt als een kind die op het kantoor van het hoofd van de school moest komen. Maar toen ik Riggs ontmoette voelde ik dat hij een zekere gedrevenheid had. En hij was altijd heel bemoedigend en behulpzaam.

Hij vertelde dat het een heel bizarre ervaring voor hem was.

BURTON: Dat moet haast wel. Zelfs als hij het goed vindt, dan toch moet het bizar zijn. Datzelfde gevoel had ik toen iemand iets van jouw ideeën verwerkt en er z’n eigen interpretaties aan geeft. Ik herinner me nog hoe Matthew Bourne een eigen versie deed van Edward Scissorhands, waar ikzelf niets mee te maken had. Ik ging kijken en ik voelde mezelf buiten m’n lichaam vloeien en naar grote hoogten stijgen in een of ander donker gat. Het is een bizar fenomeen. Ik kan me dus voorstellen dat anderen dat ook zo voelen bij hun werk.

Wat waren uw visuele referentie die u gebruikte, naast de foto’s?

BURTON: In het boek staan met name foto’s, maar wat ik wilde was in zekere zin een mengeling van poëzie, mysterie en eenvoud. Ik wilde ook weer niet overdrijven. Het is een eenvoudig ontdekkingsverhaal en dus probeerde ik de visuele lijn de algemene toonzetting te laten volgen, zonder te nadrukkelijk te zijn. Veel aspecten van het verhaal zijn zo bijzonder, dat het de uitdaging is om juist het menselijke en universele eruit te halen, zodat mensen zich emotioneel met het verhaal kunnen identificeren.

Waarom was Samuel L. Jackson geknipt voor de rol van Barron, de slechterik?

BURTON: Samuel is iemand met wie ik altijd al eens wilde werken. Hij speelt in veel films maar als acteur vermoeit hij mij nooit. Ik wil iedere film zien waarin hij meedoet. Het was geweldig hem er totaal anders te laten uitzien en hem een volledig nieuwe uitstraling te geven. Wij vroegen de arme kerel dingen als ‘zou je het erg vinden als we je vastbinden en je hier overheen sleuren’ of ‘wat zou je ervan vinden als we je vandaag eens in brand staken?’ ‘En, trouwens, je moet wel in je rol blijven…’ Maar hij was werkelijk briljant en ik zal volgende keer graag weer met hem werken.

Het lukte u om Judi Dench met een kruisboog te laten schieten. Beschrijf die dag eens.

BURTON: Voor haar geldt ook dat ze in heel veel films heeft gespeeld. Maar toch dacht ik, ‘ze heeft vast nog nooit een kruisboog vastgehouden en is vast ook nooit door een monster door een raam gesleurd.’ Dus er is altijd wel weer iets nieuws te verzinnen, zelfs voor iemand met zoveel prijzen. (lacht)

Met een reputatie als de uwe, maakt dat u meer bewust hoe een Tim Burton film hoort aan te voelen?

BURTON: Interessante vraag en als je die aan iemand in mijn omgeving zou stellen, die zou je zeggen dat ik helaas erg a-technisch ben. Ik zit nooit op het internet. Als kind al was ik altijd ‘dat rare kind’. En ik probeerde mijn hele leven een gewoon mens als iedereen te worden. En toen ik dat eenmaal bijna was, werd ik ‘die rare regisseur’. Dus ik vermijd daarom maar liever te weten hoe mensen over mij denken. Dat is de reden dat ik het internet ontloop. Voor mij is het belangrijk tijd te hebben om uit het raam te staren en na te denken over alles behalve mijzelf. En ook liever niet over financieel gedoe bijvoorbeeld, of een bepaalde film wel genoeg geld gaat opleveren. Dat soort gepieker probeer ik altijd te vermijden. Ik wil zoveel mogelijk creatief bezig zijn.

Miss Peregrine

Hoe beïnvloeden de huidige technologische mogelijkheden het vak van filmmaker? Is het tegenwoordig leuker? De onderwaterscène zou zo maar uit een actiefilm geplukt kunnen zijn.

BURTON: Klopt. Maar ik gebruik het niet op een actiefilm manier. En dat vond ik zo leuk aan de effecten in deze film. Sommige effecten worden gebruikt om de ‘bad guys’ tegen te houden enzo, maar we gebruikten de effecten ook om ‘ergens naartoe te gaan waar we toch naartoe moesten, maar dan op een heel speciale manier…’ Dat is wat ik het leukste vond. Zonder te overdrijven, in de zin van dat we bij wijze van spreken al scènes voor een green screen opnamen. De nieuwe technologie levert soms ongekende mogelijkheden, denk bijvoorbeeld aan de visuele effecten van de Oscar-winnaar Beetlejuice.(lacht). We gooiden dingen op de set, zoals namaak oogballen. We hadden grote lol. Het komt erop neer dat je afhankelijk van de film die je doet, je zo goed mogelijk gebruik maakt van de beschikbare effecten.

Zorgt het werken met kinderen voor een ander werkproces? Sommigen zaten tegen hun examen aan. Zorgt dat voor extra stress?

BURTON: We werkten met alle leeftijden door elkaar. Mooi om te zien dat de kinderen elkaar gingen helpen. Die groepsvorming gaf me een goed gevoel, waarbij ze hun eigen schoolwerk vergaten (lacht). Het was een leuk stel kinderen, maar je hebt gelijk, het vereist wel geduld. Gelukkig waren er deze keer niet zoveel dieren (lacht).

Hoe is het om te werken met Judi Dench.

BURTON: Ze is geweldig. Meteen bij de eerste opname al greep ze de kruisboog (lacht). Ze is heel professioneel. Wat ik al zei, het is leuk om met mensen als Sam en Judi te werken, en dat dan op een andere manier dan ze gewend zijn. Het is niet een typische Judi Dench film, wat dat dan ook moge zijn. Maar het verbazingwekkende is, en dat is het leukste van mijn werk, dat je met mensen mag werken die al zoveel hebben meegemaakt en dat ze dan toch nog fris, sprankelend, en positief in het moment kunnen zijn. Ik heb nogal eens negatieve gedachten en dan help het om aan mensen zoals heb te denken. Het is echt kicken om dit door mensen te ontmoeten en met hen te werken.

Judi Dench Miss Peregrine

Houd je van de dagelijkse gang van zaken. Is het werken op de set het allerleukst?

BURTON: Dat is wel het meest boeiend, omdat het daar gebeurt en ook moet gebeuren. Maar als dingen fout gaan voel je je bijna manisch depressief. 'Heb ik mijn pillen wel ingenomen?’ Hoge pieken, diepe dalen. Ik klaag niet, er zijn saaiere banen. Ik vind het veel leuker op de set te werken dan om mijn verhaal in de studio te pitchen (lacht) of er naderhand over na te praten. Want je gaat er helemaal in op, en al het andere inclusief het bureaucratische gedoe verdwijnt naar de achtergrond. En dat is heerlijk.

U heeft al zo vaak gewerkt met kostuumontwerpster Colleen Atwood. Is het nog nodig dingen met haar af te stemmen?

BURTON: Ik houd niet van praten, dat klopt. Maar anderzijds wil ik voorkomen dat er sleur insluipt als je regelmatig met iemand samenwerkt. En we proberen altijd weer vernieuwend te zijn, het is nooit van ‘Doe dat maar weer hetzelfde als de vorige keer.’ Maar omdat we elkaar zo goed kennen, is een ruw schetsje vaak al afdoende. Ik denk dat je in iedere artistieke werkrelatie moet proberen altijd weer vernieuwend te zijn.

U filmde een stuk van de film in Florida. Was dat de eerste keer dat u daar terugkeerde sinds Edward Scissorhands?

BURTON: Inderdaad. Ik ben zelfs teruggeweest naar die plek en wat me het meeste opviel was dat de bomen zo enorm gegroeid waren. Ik voelde me opeens erg oud. Verder herkende ik weinig terug. Het is een bijzondere plek, Florida. Maar dat had meer nadruk in het boek dan in de film.

Dat gedeelte was met Terrence Stamp, die Abraham speelt, Jake’s opa.

BURTON: Toen ik hem voor de eerste keer ontmoette, sprak hij twee uur lang zeer boeiend over de Fellini-film waarin hij speelde, The Spirtis of the Dead. Je leert hier zoveel van. Ik vond het een eer hem te ontmoeten. En het is een van de grote privileges om mensen te mogen ontmoeten die ik bewonder en daar dan mee te mogen werken.

En u filmde ook nog in Cornwall, het lijkt wel een road movie, Florida en Cornwall…

BURTON: Jazeker, Cornwall, Blackpool, Florida, België – alle hotspots (lacht).

Deel deze pagina

Lees meer